c8d9765cb376be614806a1244a1e9d8133fe0e77
5
Commits
| Author | SHA1 | Message | Date | |
|---|---|---|---|---|
|
|
b43eee9d79 |
De volgorde vastgelegd waar hij gelezen wordt, niet waar hij hoort te kloppen
Eigenimage komt na Webinterface, besloten door de gebruiker. De vindplaats is hier het punt: een masterplan zonder tier komt in geen enkele prioriteits- herziening langs, dus een notitie in dat plan alleen zou op het moment dat het ingaat niemand bereiken. Daarom staat de keuze in de prioriteits-header van Webinterface, want dat is wat een sessie bij het starten leest, met de opdracht erbij: promoveren met een nieuw tussennummer en eerst de registervraag beantwoorden. De kolom "afhankelijk van" in de masterplannen-tabel houdt zijn streepje. Die is voor harde afhankelijkheden en dit is er geen; technisch kan het plan morgen. Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com> |
||
|
|
1f02e51b08 |
Een eigen image is te verdedigen, maar niet met het argument dat voor de hand ligt
Masterplan Eigenimage: van de code die nu uit app-data gemount wordt een image maken, in het eigen Gitea-register. Het plan begint met wat het niet oplost. De vanzelfsprekende motivatie zou zijn dat wijzigingen een bestaande installatie niet bereiken, maar dat is niet meer waar: alle code van deze app staat in een .template en die staan in de update-whitelist. Alleen icon.png valt erbuiten, en dat is te klein om een plan op te bouwen. Wat overblijft weegt nog steeds: de code gaat uit app-data, het shell-blok van honderd regels verlaat de compose en wordt een leesbaar entrypoint, en er is nog een eigen digest in plaats van twee vreemde. De kosten staan er even hard in: een bouwronde per wijziging, precies terwijl Webinterface op tier A itereert. De registervraag is het echte open punt. Gitea werkt en dat is bij Evolu Relay bewezen, maar bij inlevering zou het domein van de gebruiker in het pakket staan en zou zijn thuisserver een afhankelijkheid van andermans installatie worden. Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com> |
||
|
|
c80d587100 |
Wat een relay ziet, en waarom het risico niet vertrouwelijkheid is
De gebruiker vroeg of iemand met kennis van de API zijn labels kan opvragen zodra de relay op een domein staat. Nee, en de reden is scherper dan "het is versleuteld". Uit een OwnerSecret worden met SLIP-21 drie onafhankelijke waarden afgeleid: een publieke OwnerId, een encryptiesleutel en een rotatable write key. Alleen de eerste gaat naar de relay. Het aardige is dat de OwnerId expres niet geheim is. De beveiliging leunt er niet op dat je adres onbekend blijft, en dat is het tegenovergestelde van een systeem waar een onraadbare URL de grens vormt. Daarom kan deze relay bij een onbekende partij staan. Twee dingen expres niet gladgestreken. Of iemand die een OwnerId kent de versleutelde blobs kan ophalen staat nergens gedocumenteerd; kan het, dan lekt dat bestaan, activiteit en bij benadering omvang, niet inhoud. En onraadbaarheid van de OwnerId beschermt tegen het aflopen van een relay, niet tegen lezen. Dat verschuift waar Bereikbaarheid over gaat. Het risico van een open eindpunt is misbruik als gratis versleutelde opslag: een kale relay kent geen accounts en kan per definitie niet weten van wie de data is. Dat is met terugwerkende kracht de tweede functie van Trezor's quota-manager, naast facturering, en die haalden wij eruit. Het voorstel van de gebruiker voor een eigen quota-manager met een allowlist van OwnerId's staat erin, met drie uitvoeringen en hun prijs. De netste is createRelay uit @evolu/nodejs, dat auth expliciet als reden noemt om die API te gebruiken, maar dan bouw je weer een eigen image en verlies je de winst van de gepubliceerde. Met een detail dat het lastiger maakt dan het klinkt: je moet je eigen OwnerId kennen om hem te vlaggen, en Suite toont die waarschijnlijk nergens. Uitweg is niet laten typen maar laten leren: de eerste eigenaar die verbindt wordt toegelaten. Meegenomen uit de vorige bevinding: open punt 2 is beantwoord, Suite eist geen TLS. Tests: niet gedraaid, dit raakt alleen documentatie. Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com> |
||
|
|
b2e9c8fc7a |
Evolu Relay als tweede app in de store, plus het bouwrecept
De gebruiker koos ervoor het pakket meteen te maken en een installatie te proberen, met de image lokaal gebouwd en het recept in de repo. Dit is dat pakket. Er is nog niets gebouwd en niets geinstalleerd; "gebouwd" is hier nadrukkelijk niet "werkend". De zwaarste ontwerpvraag is met een precedent beslecht en niet met een gok. Trezor Suite is geen browser met een sessiecookie en kan dus niet achter de inlog van umbrelOS; het was onduidelijk of PROXY_AUTH_ADD "false" dan verantwoord is of een omweg. De eigen nostr-relay-app van Umbrel doet exact hetzelfde, om precies dezelfde reden, en heeft ook geen eigen ports:. De prijs staat in de compose en in het plan: wie die poort bereikt, bereikt de relay. Wat de schade beperkt is dat de relay elke eigenaar zonder limietenrij weigert. Daarom gaat de quota-manager mee, en dat is geen restje van Trezor's betaalde hosting: hij is wat die rijen aanmaakt. Relay en quota-manager komen uit dezelfde image met een ander command, want bovenstrooms is het een codebase met meerdere startscripts. Het command staat expliciet en leunt niet op de CMD van de Dockerfile, waar yarn start staat met bovenstrooms zelf een twijfel erbij. Het bouwrecept staat in tools/ en niet in de app-map. Dat is geen netheid: een Dockerfile staat niet in de update-whitelist, dus bouwen-in-de-app zou elke nieuwe versie een deinstallatie plus herinstallatie kosten. Onder tools/ en niet onder build/, want dat laatste staat in .gitignore als bouwselmap en het recept zou stilzwijgend buiten de repo zijn gebleven. Dat kwam pas bij git status aan het licht. De poort is 3851 en niet 4000. 4000 is de eigen poort van de relay maar ook een veelgebruikte poort, en een botsing op de host merk je pas als de app niet start. Die les komt van 50002 tegen Fulcrum. Nieuw testbestand test_appstore_vorm.py, en het gaat over de store en niet over een app: id gelijk aan mapnaam, store-voorvoegsel, veldvolgorde, app_proxy die naar een bestaande service wijst, en elke gemounte map die in de repo bestaat. Het vindt zijn apps zelf, dus een derde app valt er automatisch onder. Digests toetst het expres niet: geen van de twee apps haalt die regel vandaag en een suite die altijd rood staat wordt niet gelezen. Mutatie-getest met drie ingrepen: het app-id laten afwijken van de mapnaam, APP_HOST naar een niet-bestaande service laten wijzen, en de .gitkeep weghalen. Alle drie vielen om bij de juiste toets, en git diff was daarna leeg. Umbrelapp is gepromoveerd naar Actief als 008, tussen Proefopstelling en Appstore, en het masterplan is naar het archief. Wat er in de plannen als open blijft staan is niet klein: of Trezor Suite dit adres accepteert, of het databaseschema zichzelf aanmaakt, en hoe je een eigenaar registreert. Tests: 32 goed 0 fout, 39 goed 0 fout en 54 goed 0 fout, niets overgeslagen. Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com> |
||
|
|
67ed9b603b |
Eén app store, twee apps
umbrelOS leest per store één repo, dus twee apps in twee repo's kan niet. Deze repo is de store en bevat vanaf nu Electrum Gate en het werk aan Evolu Relay. Opgezet als verse repo op verzoek van de gebruiker: de historie van ElectrumTLS en van EvoluRelay komt niet mee. Dat heeft één gevolg dat verder gaat dan opruimen. In de historie van ElectrumTLS staat het domein van de gebruiker en het certificaatpad, van vóór de opschoning van 19-08. Die komt hier niet in. Zolang die repo op de Git-server blijft staan verandert dat niets, dus het weghalen ervan is het laatste stuk van open punt 3 van het plan Appstore, en geen bijzaak. De store zelf hoefde niet te veranderen: store-id whatsnext, en dus blijft het app-id whatsnext-electrum-gate. Dat hangt aan het store-id en niet aan de URL, dus voor umbrelOS is dit dezelfde app in een andere store. Dat de store op 19-08 naar de maker genoemd werd in plaats van naar deze ene app, betaalt zich hier uit. Wat de documentatie betreft is dit één wortel voor beide apps, en dat was de reden om samen te voegen en niet de prijs ervan: de appstore-spec, het pinnen van images en de werkwijze golden al voor allebei en stonden in twee repo's naast elkaar. De kruisverwijzing die daarvoor nodig was (Referenties/Umbrel-appstore.md in de oude EvoluRelay-repo) is verdwenen; wat daarin stond over de plekken waar de relay een ander geval is, staat nu als ontwerp in het masterplan Umbrelapp §4. Botsende namen kregen een achtervoegsel met de app, en alleen die: Publicatie werd Publicatie-Gate en Publicatie-Relay, CHANGELOG.md werd CHANGELOG-electrum-gate.md. Proefopstelling kreeg 007, tussen de twee bestaande nummers, zodat de bovenkant van de reeks op tier-orde blijft staan. CONTINUE_HERE.md heeft een kolom App, maar de tiers lopen over beide apps heen: er is één volgorde van werken. Electrum Gate gaat naar 0.0.15, want website, repo, support, submission en icon wijzen nu naar UmbrelApps en zonder versieverhoging rolt dat niet uit. De release notes leggen aan de gebruiker uit dat hij de store opnieuw moet toevoegen. Of een geïnstalleerde app een wisseling van store-URL overleeft is nog steeds niet uitgezocht; dat blijkt bij het omzetten. Twee dingen in de plannen van Electrum Gate waren door deze verhuizing niet meer waar en zijn bijgewerkt: de taak "de repo hernoemen" in fase 7 is afgevinkt, en de repo-vorm in PLAN.md §4a toonde nog de store-id electrumtls, die al sinds fase 7 achterhaald was. Tests: 39 goed 0 fout en 54 goed 0 fout, niets overgeslagen. Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com> |