Fulcrum is uitgesynct en de gebruiker heeft omgeschakeld. De app hoefde niets
te weten van de wissel, want hij leest ${APP_ELECTRS_NODE_IP} en Fulcrum aliast
zichzelf naar die naam. Bevestigd langs alle drie de wegen: een wallet van
buiten over TLS op 50022, een wallet binnen het netwerk, en het dashboard met
een antwoordende server.
Daarmee is hoofdstuk 4 van de appstore-spec waargenomen gedrag in plaats van
een afleiding uit andermans broncode, en is de poortbotsing op 50002 ook in de
praktijk weg. Fase 3 van Appstore is af.
Gratis meegekomen: umbrelOS herstartte de app zelf bij de wissel en hij kwam
terug met dezelfde certificaatkeuze. Dat is de vervangende start/stop-controle,
maar nadrukkelijk geen antwoord op de volgordevraag, want Zoraxy draaide al.
Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
31 KiB
Umbrel community app store: de spec waar deze repo aan moet voldoen
Naslag, geen plan. Dit is wat umbrelOS verwacht van een repo die als community app store dient, plus het mechanisme waarmee een app van Electrum-backend kan wisselen. Uitgezocht op 18-08-2026 tegen de bronnen die onderaan staan; elk feit hieronder komt uit code of een manifest in die repo's, niet uit een blogpost.
Geldt voor beide apps in deze repo. Dit document is op 18-08-2026 geschreven toen er één app was, en op sommige plekken is Electrum Gate nog het voorbeeld. De regels zelf zijn eigenschappen van umbrelOS en gelden onverkort voor Evolu Relay. De uitzondering is §5, "Wat deze repo nu níet heeft": dat is een momentopname van 18-08-2026 en gaat alleen over Electrum Gate. Wat er voor de relay ánders ligt, staat in het masterplan Umbrelapp §4.
1. De repo-vorm
Een community app store is een gewone GitHub-repo met deze vorm:
<repo-root>/
├── umbrel-app-store.yml # id + name van de store
├── <store-id>-<app-id>/ # één map per app
│ ├── umbrel-app.yml
│ └── docker-compose.yml
└── <store-id>-<andere-app>/
umbrel-app-store.yml heeft precies twee velden:
id: whatsnext
name: WhatsNext?
Het id is een verplichte prefix voor elk app-id in de store. Een store met id: whatsnext die een
app electrum-gate bevat, heeft dus een map whatsnext-electrum-gate/ en in het manifest
id: whatsnext-electrum-gate. Mapnaam en manifest-id moeten gelijk zijn.
Dat is meteen de reden dat het store-id niet naar één app genoemd moet worden: het zit in het id van elke app die er ooit bij komt, en een app-id wijzigen is voor umbrelOS een andere app. Toen Evolu Relay er op 25-08-2026 bij kwam, hoefde er daarom niets te hernoemen.
De gebruiker voegt de store toe door de URL van de repo in de umbrelOS-interface te plakken. Er is geen review, geen submissie en geen wachttijd; dat is precies de reden om deze weg te kiezen.
De repo hoeft niet op GitHub te staan
De documentatie van Umbrel praat consequent over GitHub, maar de code doet dat niet. In
app-repository.ts van umbreld is de enige controle op de URL deze:
function isValidUrl(url: string) {
try {
void new URL(url)
return true
} catch {
return false
}
}
Geen hostnaamcontrole, geen github.com. Klonen gaat met isomorphic-git, een implementatie in
JavaScript:
await git.clone({
fs: fse,
http,
url: this.url,
dir: temporaryPath,
depth: 1,
singleBranch: true,
})
Een eigen Gitea of Forgejo kan dus de app store zijn. Daar zitten wel drie voorwaarden aan die uit deze aanroep volgen en die niet in de documentatie staan:
-
HTTPS, geen SSH. isomorphic-git spreekt het smart-HTTP-protocol. Een
git@host:pad-URL werkt niet; het moethttps://host/gebruiker/repo.gitzijn. -
Anoniem kloonbaar. Er wordt geen
onAuthmeegegeven, dus umbreld heeft geen manier om inloggegevens aan te bieden. De repo moet publiek leesbaar zijn. Dat is meteen het antwoord op de vraag of een privérepo kan: nee. Lukt het niet, dan meldt umbrelOSHTTP Error: 401 Unauthorizedbij het toevoegen van de store.Test dit niet met een gewone
git ls-remote. Op een machine die ooit naar die repo gepusht heeft, levert een credential-helper de opgeslagen inloggegevens stilzwijgend aan en slaagt de test ten onrechte. Ook metGIT_TERMINAL_PROMPT=0, want dat onderdrukt alleen de vráág om een wachtwoord. De test die de toestand van umbreld nabootst:GIT_TERMINAL_PROMPT=0 git -c credential.helper= ls-remote https://host/gebruiker/repo.gitSlaagt die, dan kan umbreld het ook. Faalt hij met
could not read Username, dan vraagt de Git-server om een aanmelding. Bij Gitea zijn daar drie onafhankelijke oorzaken voor, en ze moeten alle drie goed staan:- de zichtbaarheid van de repo, onder Settings;
REQUIRE_SIGNIN_VIEWin de serverconfiguratie, die ook publieke repo's achter een aanmelding zet;- de zichtbaarheid van het account of de organisatie die eigenaar is, in te stellen onder Site Administration → User Accounts → Edit → Visibility.
Die derde is de valstrik, en hij kostte hier de meeste tijd. Gitea staat niet toe dat een repo zichtbaarder is dan zijn eigenaar. Staat het account op "limited", dan wordt een repo die je op public zet stilzwijgend teruggezet naar "intern", wat voor een niet-ingelogde bezoeker hetzelfde is als privé. Er komt geen foutmelding; het enige spoor is dat het label na het opslaan op "intern" blijft staan.
Handig om te weten bij het zoeken: de configuratie van het SynoCommunity-pakket voor Synology heet
conf.inien nietapp.ini. Het draaiende proces noemt het echte pad, en dat is sneller dan zoeken:ps -ef | grep -i "[g]itea" -
Een geldig TLS-certificaat. Node valideert de keten. Een zelfondertekend certificaat op de Git-server laat het klonen falen.
-
SHA-1 als objectformaat, geen SHA-256. isomorphic-git berekent object-id's uitsluitend met SHA-1. In
src/utils/shasum.jsstaatimport Hash from 'sha.js/sha1.js'en verdercrypto.subtle.digest('SHA-1', buffer); er is geen algoritmeparameter en geen tweede pad. Een repo die met--object-format=sha256is aangemaakt, is voor umbreld dus onleesbaar.Dit is het opschrijven waard omdat het pas laat zichtbaar wordt. Gitea biedt SHA-256 bij het aanmaken van een repo gewoon als keuze aan, lokaal werkt alles, en de eerste
git pushvanaf een SHA-1-repo faalt metfatal: the receiving end does not support this repository's hash algorithm, wat de werkelijke oorzaak niet noemt. Achteraf omzetten kan niet met een instelling: dat is een nieuwe repo plusgit fast-exportnaargit fast-import. Gevonden op 18-08-2026, bij de eerste push van deze repo.
Verder is depth: 1, singleBranch: true het vermelden waard: alleen de standaardbranch wordt
opgehaald. De store-inhoud moet daar staan, en een tag of tweede branch doet niets.
Waar de kloon terechtkomt volgt uit cleanUrl(): hostnaam tot de eerste punt, gebruiker en repo uit het
pad, plus de eerste acht tekens van de SHA-256 van de URL. Voor
https://sc.kamenier-hamer.nl/sysop/UmbrelApps.git wordt dat sysop-umbrelapps-sc-<hash>. Praktisch
gevolg: de URL is de identiteit van de store. Verander je hem, dan is het voor umbrelOS een andere
store en moet de gebruiker opnieuw toevoegen.
2. Het manifest
Het schema staat in packages/umbreld/source/modules/apps/schema.ts van umbrelOS. Runtime-validatie is
daar op dit moment uitgeschakeld (AppManifestSchema.parse staat uitgecommentarieerd, er wordt een
cast gedaan), dus een fout manifest geeft geen nette foutmelding maar vreemd gedrag. Reden te meer om het
schema hier op te schrijven.
Velden die het schema kent, met de type-eis:
| Veld | Type | Opmerking |
|---|---|---|
manifestVersion |
semver | 1 volstaat; 1.1 is nodig zodra je hooks/ gebruikt |
id |
string | gelijk aan de mapnaam, met store-prefix |
name, tagline, category, version |
string | version is vrij tekst, geen semver-eis |
port |
integer | de web-UI-poort die umbrelOS voor de tegel gebruikt, niet je TCP-poort |
description, support |
string | verplicht in het schema |
website |
URL | moet een geldige URL zijn |
gallery |
lijst van strings | verplicht in het schema, mag naar externe URL's wijzen |
icon |
string | optioneel in het schema, maar zonder icoon geen herkenbare tegel |
dependencies |
lijst van strings | app-id's; zie §4 |
implements |
lijst van strings | welk app-id deze app kan vervangen; zie §4 |
developer, submitter, submission, repo |
string/URL | optioneel |
releaseNotes, path, defaultUsername, defaultPassword |
string | optioneel |
deterministicPassword, torOnly, optimizedForUmbrelHome, disabled |
boolean | optioneel |
installSize |
integer | in bytes |
widgets |
lijst | vorm nog niet vastgelegd in het schema |
backupIgnore |
lijst van strings | paden die niet in de back-up meegaan |
permissions, defaultShell |
optioneel |
3. De compose
Twee dingen die de huidige opzet van deze repo níet doet.
app_proxy in plaats van eigen poorten en netwerken. umbrelOS genereert zelf een proxy-service; je
vult alleen in waar hij heen moet wijzen. De hostnaam is <app-id>_<compose-service>_1:
services:
app_proxy:
environment:
# De vorm is: <app-id>_<docker-service-naam>_1
APP_HOST: electrumtls-electrum-tls_web_1
APP_PORT: 80
Een eigen networks:-blok op topniveau hoort er niet: de skill in getumbrel/umbrel-apps zegt letterlijk
dat je networks: default: per service alleen gebruikt wanneer je een geteste statische IP of alias nodig
hebt. Het umbrel_main_network handmatig als extern netwerk aanhaken is de oude 0.5-manier.
Elke app krijgt een Tor hidden service, en dat is de tweede weg naar binnen
Vastgesteld op 25-08-2026 bij de eerste installatie van Evolu Relay, nadat de gebruiker vroeg of die app
kwaad kon. umbrelOS start per app een <app-id>-tor_server-1-container en publiceert de app als hidden
service. Dat staat niet in de compose van de app en je ziet het dus niet als je die leest. Controleren:
cat ~/umbrel/tor/data/app-<app-id>/hostname
Bestaat dat bestand, dan is er een .onion-adres en is de app vanaf het internet bereikbaar. Uit te zetten
per app in de umbrelOS-interface.
Of dat erg is, hangt volledig af van PROXY_AUTH_ADD, en dat maakt het een combinatie die je apart moet
beoordelen in plaats van per instelling:
| App | Inlog op de proxy | Wat de hidden service dan blootlegt |
|---|---|---|
| Electrum Gate | aan (standaard) | de inlogpagina van umbrelOS. Het dashboard zelf zit erachter. Zijn TLS-poort 50022 loopt niet via de proxy en zit dus niet op het onion-adres |
| Evolu Relay | uit ("false", want Trezor Suite kan niet inloggen) |
de relay zelf, zonder enige aanmelding. Alleen beschermd doordat het adres onraadbaar is |
De regel die daaruit volgt: zet je PROXY_AUTH_ADD op "false", beoordeel dan meteen de hidden service.
Die twee samen maken van "alleen mijn thuisnetwerk" ongemerkt "het internet". Ook bij een app mét inlog is
uitzetten verdedigbaar, want dan staat er tenminste geen aanmeldscherm op het internet dat er niet hoefde
te staan.
Images gepind op digest. De regel uit dezelfde skill: pin elke image als
registry/repo:versie-of-commit@sha256:<digest>, houd tag en digest samen, en gebruik de multi-arch
index-digest, niet de architectuurspecifieke. Te controleren met:
docker buildx imagetools inspect <image>:<tag>
Zowel linux/amd64 als linux/arm64 moeten erin zitten. Niet toegestaan: latest, meebewegende
branch-tags, en een digest zonder tag.
Dit raakt deze app hard: hij draait nu op alpine:latest plus een apk add stunnel bij élke start. Dat
is niet reproduceerbaar, het faalt zonder internet, en het is per definitie niet te pinnen.
Hoe bestanden bij de app terechtkomen, en waarom dat bij een update anders gaat
Dit is niet gedocumenteerd en het is de valkuil met de langste terugverdientijd. Uitgezocht op
18-08-2026 in apps.ts en het script legacy-compat/app-script van umbreld.
Bij installatie wordt de hele app-map gekopieerd naar ${APP_DATA_DIR}:
await $`rsync --archive --verbose --exclude ".gitkeep" ${appTemplatePath}/. ${appDataDirectory}`
Alles wat in de app-map staat, komt dus mee: scripts, configuratie, een web/-map. Een compose die
${APP_DATA_DIR}/entrypoint.sh mount, werkt daardoor gewoon.
Bij een update wordt alleen een whitelist opnieuw gekopieerd. In app-script staat:
UPDATE_FILES_WHITELIST_PRE="docker-compose.yml *.template exports.sh torrc hooks"
UPDATE_FILES_WHITELIST_POST="umbrel-app.yml"
Alles daarbuiten wordt bij een update niet ververst. Een gewijzigde entrypoint.sh of
web/index.html bereikt een bestaande installatie dus nooit; de gebruiker ziet zijn oude versie en er is
geen foutmelding. Alleen een verwijdering en herinstallatie brengt het over.
Elke image moet uit een register komen, en pull_policy helpt niet
Op het apparaat vastgesteld op 25-08-2026, bij de eerste installatiepoging van Evolu Relay met een image die alleen lokaal gebouwd was. De installatie faalde met:
Error: (HTTP code 404) unexpected - pull access denied for whatsnext/evolu-relay,
repository does not exist or may require 'docker login'
at /opt/umbreld/node_modules/docker-modem/lib/modem.js:382:17
Het beslissende detail is die stacktrace, niet de foutmelding. De pull komt uit docker-modem, de
Docker-clientbibliotheek van umbreld zelf, en dus rechtstreeks van de Docker Engine API. Compose komt er
niet aan te pas. Dat is ook te zien aan de regels Downloaded 40.5% of app in de journal: umbreld haalt
de images op en rapporteert de voortgang zelf.
Twee gevolgen, en het tweede is een valkuil die een halve middag kost:
- Elke
image:in de compose van een app moet anoniem uit een register te halen zijn. Een tag die alleen in de lokale Docker-opslag van het apparaat staat, werkt niet, ook al zoudocker compose uphem daar prima vinden. De installatie stopt vóór het starten. pull_policy: neververandert daar niets aan, want dat is een sleutel van de Compose-specificatie en umbreld leest de compose niet om te pullen; het leest alleen welke images erin staan. Dit is hier geprobeerd en het faalde identiek.
Wat hier eerder stond, en waarom dat misleidde: in app-script staat compose "${app}" pull bij
install, update en post-patch-update, en up --detach --build bij het starten. Dat bestand is de
legacy-compat-laag; op umbrelOS 1.x is het niet het pad dat een installatie vanuit de interface loopt.
Lees dus niet uit app-script af wat umbreld doet zonder te controleren of die weg ook echt bewandeld
wordt.
Dat --build blijft trouwens ook zonder dit verhaal een slecht idee voor een app: een Dockerfile staat
niet in de update-whitelist hierboven, dus een nieuwe versie vraagt een deïnstallatie, en de installatie
hangt tijdens het bouwen. Een bouwrecept hoort in tools/ in de repo, en het resultaat in een register.
Gevolg voor het ontwerp. Zet logica die je later nog wilt kunnen wijzigen op een van deze plekken:
- in
docker-compose.ymlzelf, bijvoorbeeld als een inlinecommand:-blok. De compose staat in de whitelist; - in de image, als je er toch een bouwt;
- in een
*.template-bestand. Dit is de nette umbrel-manier en hij doet twee dingen tegelijk: het bestand staat in de whitelist, éntemplate_appverwerkt bij elke start elk${APP_DATA_DIR}/*.templatenaar dezelfde naam zonder de extensie, met de omgevingsvariabelen ingevuld. Eenentrypoint.sh.templatewordt dusentrypoint.shmét${APP_ELECTRS_NODE_IP}er al in ingevuld.
Wat je op grond hiervan niet moet doen: een los shellscript naast de compose zetten en aannemen dat
een git push het uitlevert.
Wat er in app-data staat, en waarom deze app er anders uitziet dan andere
Nagetrokken op 20-08-2026, nadat de gebruiker opmerkte dat hij bij andere apps geen app-code in de app-map ziet en dat die map daar eerder voor data lijkt te zijn. Dat klopt, en het verschil zit niet in umbrelOS maar in wat een app zelf in zijn map zet.
Voor élke app geldt dat de hele app-map naar app-data gekopieerd wordt. Dus ook bij andere apps
staan docker-compose.yml, umbrel-app.yml, exports.sh en hooks/ in
~/umbrel/app-data/<app-id>/. Wat daar bij hen níet staat is hun programmacode, want die zit in een
Docker-image uit een registry. Bij ons staat die er wel: de agent, de nginx-config en de pagina worden uit
app-data gemount, omdat deze app geen eigen image bouwt.
Config-bestanden uit de app-map mounten is een bestaand patroon, ook bij first-party apps. Uit
electrs/docker-compose.yml, letterlijk:
- ${APP_DATA_DIR}/torrc:/etc/tor/torrc:ro
- "${APP_DATA_DIR}/data/electrs:/data"
Dat is precies de vorm die deze app ook gebruikt. Het bewijs dat het bedoeld is, staat in de whitelist
hieronder: torrc en *.template staan er met naam in, en template_app verwerkt bij elke start
${app_data_dir}/*.template met envsubst. Dat laatste is ook de reden achter de architectuurregel in
CLAUDE.md: envsubst vervangt élke ${NAAM}, ook een die niet bestaat, en die wordt dan leeg.
Waar deze app wél van de conventie afwijkt: de data. Andere apps zetten hun persistente data onder een
submap, ${APP_DATA_DIR}/data/..., zoals in de regels hierboven. Deze app gebruikt
${APP_DATA_DIR}/runtime en ${APP_DATA_DIR}/certs, dus naast de code in plaats van eronder. Dat werkt,
maar het is niet de vorm die iemand verwacht die andere apps kent.
Wat de code in app-data verder betekent, en dat is de prijs die bewust betaald is:
- wijzigen kan alleen via de whitelist. Vandaar dat hier alles een
*.templateis; - het gaat mee in de back-up, want
app-datais wat umbrelOS bewaart. Voor de code is dat ruis en voorruntime/ook;certs/hoort er juist wél in. Het manifest heeft een veldbackupIgnoreom dat te sturen, en dat wordt hier nog niet gebruikt; - er is geen bouwstap en geen registry, en geen
apk addbij het starten. Dat was de reden om het zo te doen, en die staat in het plan Appstore, fase 4.
Bronnen: electrs/docker-compose.yml,
mempool/docker-compose.yml,
app-script.
De inlevereisen van de officiële appstore
Opgehaald op 20-08-2026 toen de gebruiker zei dat hij de app uiteindelijk als standaard-app wil
publiceren. De eisen staan niet in de README van umbrel-apps maar in de skill-documentatie die daar naar
verwijst:
.claude/skills/umbrel-package-app/SKILL.md.
Wat daar staat en wat deze app ervan doet:
| Eis | Deze app |
|---|---|
Elke image gepind als repo:versie@sha256:<digest>, met linux/amd64 én linux/arm64 in de manifest-lijst. Verboden: latest, meebewegende branch-tags, een digest zonder tag |
Nog niet. python:3-alpine en nginx:alpine staan er kaal in. Dit is de grootste openstaande eis en hij kan alleen op de Umbrel zelf, met docker buildx imagetools inspect |
| Mapnaam gelijk aan het app-id, lowercase kebab-case | Klopt, maar het id heeft nu het store-voorvoegsel whatsnext-. Dat is een eis van een community store; officiële apps hebben een kaal id, dus dit wordt electrum-gate |
Manifestvelden in een vaste volgorde: manifestVersion, id, category, name, version, tagline, description, releaseNotes, developer, website, dependencies, repo, support, port, gallery, path, en daarna de optionele |
Klopt sinds 20-08-2026, met een toets erop. Wat de spec niet noemt (icon, backupIgnore) staat áchter die reeks, dus de kop is letterlijk goed |
gallery: [] bij een nieuw pakket; het store-team doet de plaatjes |
Klopt al. Zie de paragraaf hieronder: de inhoud van dit veld moet bij inlevering leeg zijn, het veld zelf blijft staan |
icon weglaten bij inlevering; iconen worden apart gehost |
Nu wél gevuld, en dat moet ook zolang dit een eigen store is. Staat daarom als laatste regel van het manifest: bij inlevering is dat de enige die weg hoeft |
app_proxy met alleen omgevingsvariabelen, geen eigen ports: |
Klopt. De ports: van 50022 staat op de server-service, en dat is normaal voor een niet-web-poort |
Umbrel-inlog aan laten staan; PROXY_AUTH_WHITELIST alleen smal en voor paden die geen cookie kunnen sturen |
Klopt: er is geen whitelist, dus ook /api/ zit achter de inlog. Dat is de onderbouwing onder het uploadpad |
Alle gebruikersstaat, config, uploads en geheimen onder ${APP_DATA_DIR}/data/..., met een .gitkeep per map die bij de eerste start moet bestaan |
Klopt sinds 0.0.9 |
Niet buiten ${APP_DATA_DIR} schrijven |
Klopt. Wel lezen buiten: ${UMBREL_ROOT}/app-data/zoraxy/... staat alleen-lezen gemount, en dat is het meest ongebruikelijke aan deze app. Reken op een vraag daarover bij de review |
Iconen en de drie promo-afbeeldingen
Uitgezocht op 20-08-2026, nadat de gebruiker opmerkte dat de afbeeldingen bovenaan een app in de store er
allemaal hetzelfde uitzien: een achtergrond met een plaatje van de app erop. Dat klopt, en de reden is dat
het store-team ze zelf maakt. Ze staan dan ook niet in de app-repo maar in
umbrel-apps-gallery.
In de officiële store zijn het kale bestandsnamen. Uit electrs/umbrel-app.yml:
gallery:
- 1.jpg
- 2.jpg
- 3.jpg
- 4.jpg
Wat er van een inzender gevraagd wordt, uit de inleverdraden: 1440 bij 900 pixels, PNG, drie tot vijf
stuks, of drie tot vijf gewone schermafbeeldingen waarna het team de opmaak doet. Gecombineerd met de
regel uit de packaging-documentatie ("set gallery: [] for new packages") is de praktische route dus:
schermafbeeldingen aanleveren, veld leeg laten. Het veld zelf blijft op zijn plek in de volgorde staan;
alleen de inhoud is leeg.
In een eigen store zijn het absolute URL's, net als het icoon. Uit het voorbeeld in de community-store-template:
icon: https://svgur.com/i/mvA.svg
gallery:
- https://i.imgur.com/yyVG0Jb.jpeg
- https://i.imgur.com/yyVG0Jb.jpeg
- https://i.imgur.com/yyVG0Jb.jpeg
Voor deze store kan dat dus met dezelfde truc als icon nu doet: de bestanden in de repo zetten en er met
hun raw-URL naar wijzen.
Eén waarschuwing die niet over formaten gaat. Een schermafbeelding van de certificaatkeuze op deze machine toont veertien hostnamen van de gebruiker, en een van de verbindingsregels toont zijn domein. Voor een publieke winkelpagina horen daar plaatsvervangende namen in. Dat is een andere afweging dan de certificate-transparency-logs die in de app-beschrijving staan: die zijn per certificaat op te zoeken, een winkelpagina zet de hele lijst bij elkaar.
Bronnen: electrs/umbrel-app.yml,
voorbeeld uit de community-store-template,
umbrel-apps-gallery.
Hoe umbrelOS een update ziet
Via het veld version in umbrel-app.yml. umbreld haalt de repo periodiek op en vergelijkt de
versie in de store met die van het geïnstalleerde manifest in ${APP_DATA_DIR}/umbrel-app.yml. Dat
verklaart ook waarom umbrel-app.yml als laatste wordt gekopieerd bij een update
(UPDATE_FILES_WHITELIST_POST): het geïnstalleerde manifest is de administratie van wat er staat, en dat
mag pas bijgewerkt worden als de rest binnen is.
Hoe die vergelijking werkt, voor zover het uitmaakt: 0.0.10 na 0.0.9 levert een update op. Op
20-08-2026 gecontroleerd op de Umbrel van de gebruiker. Dat sluit een tekstvergelijking met groter-dan uit,
want daarin is 0.0.10 kleiner dan 0.0.9. Het is dus een gelijkheids- of semver-vergelijking, en over
tweecijferige versiedelen hoef je je geen zorgen te maken. Over een omlaaggaand nummer nog steeds wel:
dat blijft ongetoetst.
Praktische regel die hieruit volgt: een wijziging zonder versieverhoging wordt nooit uitgerold. Er
komt geen melding en geen fout; umbrelOS ziet simpelweg hetzelfde nummer en doet niets. Bij elke
functionele wijziging hoort dus een nieuwe version, ook bij een kleine reparatie in de compose of in
een template.
Beschikbare omgevingsvariabelen
| Variabele | Betekenis |
|---|---|
APP_ID |
app-id uit manifest en mapnaam |
APP_VERSION |
het version-veld |
APP_DATA_DIR |
${UMBREL_ROOT}/app-data/<app-id> |
APP_MANIFEST_FILE |
pad naar het geïnstalleerde umbrel-app.yml |
UMBREL_ROOT |
de Umbrel-datawortel op de host |
DEVICE_HOSTNAME |
apparaatnaam zonder .local |
DEVICE_DOMAIN_NAME |
het .local-domein van het apparaat |
APP_DOMAIN |
het lokale .local-domein voor deze app |
APP_PROXY_HOSTNAME, APP_PROXY_PORT |
hostnaam en poort van de gegenereerde proxy |
NETWORK_IP |
basis-IP van het Umbrel-dockernetwerk, met /16 voor het subnet |
TOR_PROXY_IP, TOR_PROXY_PORT |
de SOCKS-proxy van Umbrel |
TOR_DATA_DIR |
Tor-datamap op de host |
APP_HIDDEN_SERVICE |
het onion-adres van de app |
APP_SEED, APP_PASSWORD |
deterministisch per installatie afgeleide geheimen |
Daarnaast krijgt een app de exports van zijn afhankelijkheden (§4).
4. Wisselen tussen Electrs, Fulcrum en ElectrumX
Dit is het antwoord op de vraag "moet de gebruiker kunnen kiezen tussen Electrs en Fulcrum": umbrelOS 1.3 doet dat al, en een app hoeft er niets voor te bouwen.
Bevestigd op de machine op 27-08-2026. Alles hieronder was tot dan afgeleid uit de bron van umbreld en
uit de drie manifesten, en nooit uitgeprobeerd. Na de eerste volledige sync van Fulcrum heeft de gebruiker
in de umbrelOS-instellingen omgeschakeld van Electrs naar Fulcrum. Electrum Gate hoefde niet aangepast te
worden, en daarna kreeg een wallet van buiten over TLS gewoon data terug. Het aliassen van NODE_IP en
NODE_PORT werkt dus zoals hier beschreven. Wat het omschakelen zelf nog liet zien: umbrelOS herstart de
afnemende app erbij, en de app kwam terug met dezelfde certificaatkeuze.
Het mechanisme. Een app declareert een afhankelijkheid op een app-id, en een andere app kan zeggen dat hij die rol vervult:
# fulcrum/umbrel-app.yml en electrumx/umbrel-app.yml
implements:
- electrs
In AppSettingsSchema staat dependencies: z.record(z.string()): per app wordt bewaard welke
implementatie de gebruiker voor welke afhankelijkheid gekozen heeft. umbrelOS laadt vervolgens de
exports.sh van de gekozen app.
Waarom dat werkt zonder aanpassing aan de afnemer. De vervangers aliassen zichzelf naar de
Electrs-namen. Uit fulcrum/exports.sh:
export APP_FULCRUM_IP="10.21.22.200"
export APP_FULCRUM_NODE_IP="10.21.21.200"
export APP_FULCRUM_NODE_PORT="50002"
for var in IP NODE_IP NODE_PORT; do
electrs_var="APP_ELECTRS_${var}"
fulcrum_var="APP_FULCRUM_${var}"
...
export "$electrs_var"="${!electrs_var:=${!fulcrum_var}}"
done
electrumx/exports.sh doet exact hetzelfde met APP_ELECTRUMX_*. Ter vergelijking, electrs/exports.sh:
export APP_ELECTRS_IP="10.21.22.4"
export APP_ELECTRS_NODE_IP="10.21.21.10"
export APP_ELECTRS_NODE_PORT="50001"
Wat dat voor deze app betekent, in twee regels:
dependencies:
- electrs
en in de compose ${APP_ELECTRS_NODE_IP}:${APP_ELECTRS_NODE_PORT} gebruiken in plaats van een
hardgecodeerde containernaam. Daarmee werkt de app met alle drie de backends en kiest de gebruiker in de
umbrelOS-instellingen.
Let op: alleen IP, NODE_IP en NODE_PORT worden gealiast. Alles wat Electrs-specifiek is, zoals
APP_ELECTRS_RPC_HIDDEN_SERVICE, bestaat niet bij Fulcrum. Gebruik die dus niet.
Het keuzedialoog bij de installatie, en wat er niet mee kan
Nagetrokken op 20-08-2026 in de bron, nadat de gebruiker meldde dat hij bij sommige apps twee dropdowns krijgt en vroeg of "Zoraxy of Nginx Proxy Manager" ook zo kan. Dat dialoog bestaat, maar het werkt anders dan het lijkt, en het verschil is precies wat de vraag beantwoordt.
Eén dropdown per afhankelijkheid, niet per keuze. In het schema van umbreld staat:
dependencies: z.array(z.string()).optional(),
implements: z.array(z.string()).optional(),
Een afhankelijkheid is dus één app-id en kan zelf géén lijst met alternatieven zijn; een geneste lijst
bestaat niet in dit schema. Wat er in zo'n dropdown staat, komt van de andere kant: elke app die
implements: [<dat id>] declareert, verschijnt erin. Twee dropdowns betekent dus twee afhankelijkheden.
Het voorbeeld dat de gebruiker zag is mempool:
dependencies:
- bitcoin
- electrs
Dat geeft twee dropdowns, en de inhoud van de tweede is precies waar §4 hierboven over gaat: Electrs,
Fulcrum en ElectrumX declareren allemaal implements: [electrs].
Gevolg voor "Zoraxy of NPM": dat kan niet. Nagekeken in beide manifesten in de officiële appstore:
zoraxy en nginx-proxy-manager declareren geen implements, dus er is geen gedeelde rol waarop een
afhankelijkheid kan wijzen. Er is ook geen weg omheen aan onze kant: implements staat in hún manifest en
niet in het onze. Wat wél kan is één van de twee hard eisen (dependencies: [electrs, zoraxy]), en dat is
dan een dropdown met één optie erin.
Bronnen: schema.ts,
mempool/umbrel-app.yml,
zoraxy/umbrel-app.yml,
nginx-proxy-manager/umbrel-app.yml.
Poortbotsing: 50002
De poorten die de drie backends op de host publiceren:
| App | Host-poort |
|---|---|
| Electrs | 50001 |
| Fulcrum | 50002 |
| ElectrumX | 50001 intern, 50003 als publieke poort |
Opgelost, en op 27-08-2026 in de praktijk bevestigd. Hier stond dat deze app zelf 50002 publiceerde voor stunnel, en dat de app daardoor met Fulcrum erbij niet zou starten. Dat gold voor de oude opstelling. Open punt 1 van het plan Configuratie is op 19-08-2026 beslist op 50022, en de handmatige stunnel-container die 50002 vasthield is op 25-08-2026 weggehaald. Sinds de omschakeling draaien Fulcrum op 50002 en Electrum Gate op 50022 naast elkaar op dezelfde host.
5. Wat deze repo nu níet heeft
Puntsgewijs, zodat het plan Appstore hier direct op kan leunen:
- geen
umbrel-app-store.yml; - geen app-submap, alles ligt in de repo-root;
- app-id
electrum-tlsmist de store-prefix; - geen
app_proxy-service; wel handmatige host-poorten en een externumbrel_main_network; - images op
latest, stunnel viaapk addbij elke start; dependencies: [electrs]staat er wel, maar de compose gebruikt${APP_ELECTRS_IP}als host terwijl${APP_ELECTRS_NODE_IP}bedoeld is:APP_ELECTRS_IPis de web-UI-container van Electrs, niet de Electrum-server;iconengallerywijzen naar de assets van de Electrs-app ingetumbrel/umbrel-apps, dus naar andermans bestanden en naar een plaatje van een andere app;port: 50002staat op de TCP-poort terwijl dat veld de web-UI-poort van de tegel is;submitterensubmissionverwijzen naargetumbrel/umbrel-apps, wat voor een community store niet klopt;install.shenuninstall.shkopiëren naar/home/umbrel/umbrel/apps/, wat onder umbrelOS 1.x doorumbreldbeheerd wordt.
6. Bronnen
Alles hierboven komt uit deze bestanden, geraadpleegd op 18-08-2026:
getumbrel/umbrel-community-app-store, README en de voorbeeld-appsparkles-hello-world/getumbrel/umbrel-apps,AGENTS.mden.claude/skills/umbrel-package-app/SKILL.mdgetumbrel/umbrel-apps, de mappenelectrs/,fulcrum/enelectrumx/: manifest, compose enexports.shgetumbrel/umbrel,packages/umbreld/source/modules/apps/schema.tsenapp-repository.ts- umbrelOS 1.3 release notes over swappable dependencies